Sint-Pieterskerk Borlo.

 

borlheilig

 

De kerk van Borlo is toegewijd aan Sint-Pieter en wordt voor het eerst vermeld in 1107.Ze was afhankelijk van het oude diakonaat van Haspengouw en het concilie van St.-Truiden. De eerste kerk werd totaal verwoest door de hagelstorm van 1645. Over de stijl van die eerste kerk zijn er geen gegevens. Wel weten we dat ze stond met de toren naar het oosten, zoals alle oude kerken.Het was dus het omgekeerde van nu, het huidige Dorpsplein lag achter de kerk. Rond het kerkhof liep een weg en de kerkdeur lag aan de bovenkant. Op die weg is later een pastorij gebouwd langs de Thewitstraat.
Na de ramp  in 1645 werd een nieuwe houten kerk getimmerd met een altaar van O.L.-Vrouw. Dit altaar bevindt zich sinds 1650 in de linkerbeuk van de huidige kerk. De noodkerk bleef in gebruik tot de bouw van een nieuwe kerk in 1835.
De neoclassicistische Sint-Pieterskerk werd in 1835 gebouwd. In 1910 werden de dwarsbeuk en het absidevormige koor naar een ontwerp van de architecten Martens en Lenertz bijgebouwd. Binnenin zijn de buitenmuren van de zijbeuken sinds 1896 verfraaid met beschotwerk dat stijlkritisch rond 1760 gesitueerd kan worden. Het was afkomstig van Hannuit en bevat afbeeldingen van de apostelen en de 4 evangelisten. Dit beschotwerk werd in1896 in de kerk van Borlo geplaatst.
In 1911 werd er nog een dwarskruis bijgebouwd.
Uit de 17de eeuw dateren de doopvont, de beelden van de H. Rochus, de H. Jozef en van de H. Petrus.

Borlo
De naam: Burlo, Burlos, Borlou, Burlou, Burlon(1065), Borlo(1244), Borloe(1558), Borloo, Borlo

Aantal inwoners: 697

Burgemeesters van Borlo gedurende de 20e eeuw:

-  François Nicolaus Vanmarsenille (1893 - 1911)
-  Clement Vanmarsenille (1912 - 1926)
-  Joseph Retro (1927-1969)
-  José Guilliams (1970)

1971 - 1976: EERSTE GEMEENTEFUSIE
-  Borlo (Borlo, Buvingen, Muizen, Mielen, Kerkom): René Houbey
-  Jeuk (Jeuk, Boekhout): Albert Moyaerts
- Gingelom (Gingelom, Niel): Paul Soers
- Montenaken (Montenaken, Kortijs, Vorsen): René Vandormael

1977: DEFINITIEVE GEMEENTEFUSIE  Groot-Gingelom met de 11 fusie-dorpen
- René Houbey (1/1/1977 – 31/12/1982)
- Albert Moyaerts (1/1/1983 – 31/12/1988)
- Eddy Baldewijns (1/1/1989 – 31/12/1994) en (1/1/1995 -20/6/1995(wettelijk belet wegens opnemen Ministermandaat  (*) – (14/07/1999 – 31/12/2000) en (1/1/2001 – 31/10/2004)
- Charly Moyaerts (*) – dienstdoend burgemeester van 20/6/1995 – 14/07/1999 – effectief burgemeester van 1/11/2004 tot 2015
- Patrick Lismont vanaf 2016


Maakte in de 11e eeuw deel uit van het voogdijgebied van de abdij van Sint-Truiden. Hoewel de graaf van Loon zich dit voogdijgebied in 1263 ten onrechte toeëigende, bleef de abt van Sint-Truiden hier toch de heerlijke rechten uitoefenen. Tijdens de 2e helft van de 18e eeuw gaven de Luikse prins-bisschoppen Borlo geregeld in pand. Zo werd het dorp in 1762 eigendom van baron H.I. van Schoor en baron Ch. van Malta. Daarna was steeds een kanunnik van het Sint-Lambertuskapittel van Luik heer van Borlo: de Bormans de Hasselbroek in in 1776, de Pollard in 1784 en graaf van Woestenraedt in 1792.

De voormalige watermolen op de Cicindriabeek in de Molenstraat stond al in de 12e eeuw bekend als Sint-Truidens abdijgoed. Na de hagelramp van 1645 liet abt Hubertus van Zutendael het nu nog bestaande molenhuis, waarop zijn wapenschild prijkt in 1652 heropbouwen. De eerste gekende brouwer van Borlo was Jacobus Vanmarsenille (1761). Hij was reeds brouwer van de abdij van St-Truiden.
Zie op de website: Over Gingelom: Molens.
De voormalige brouwerij op het Dorpsplein van Borlo stond vooral tijdens de 2e helft van de 19e eeuw bekend om haar bruin tafelbier. Ze werd tot in 1916 uitgebaat door de brouwersfamilie Vanmarsenille.
Het Abtshof of Hof van Borlo in de Thewitstraat behoorde met zekerheid vanaf de 13e eeuw aan de abt van Sint-Truiden. Het poortgebouw en de dwarsschuur dateren van 1667. In dat jaar liet het echtpaar Van Houthem-Provenaire de hoeve heroprichten. Hun wapenschild bevindt zich boven de inrijpoort.De poorttoren verschaft de toegang tot het erf, via een opgeklampte rondboogpoort in vlakke kalkstenen omlijsting, waarboven kruiskozijn met negblokken.De erfzijdegevel is voorzien van een fraaie rondboogpoortomlijsting van strekse baksteen, afgewisseld met mergelblokken, en bekroond met een gelijkaardig kruisvenster als aan de voorzijde. Het aanpalende dienstgebouw onder zadeldak (kunstleien), aan de straatzijde, is op een kleine rechthoekige muuropening na, volledig blind; aan de erfzijde zijn sporen van drie 17de-eeuwse kloosterkozijnen (waarvan twee dichtgemetseld en één gedeeltelijk herbruikt), een bolkozijn en twee zoldervensters. Verder recentere muuropeningen.
Het Ulenshof in de Bergstraat ontleent zijn naam aan de familie Ulens die het vanaf de 12e eeuw tot begin 18e eeuw bezat en bewoonde. Het echtpaar Giorgii-Ulens liet de hoeve nog in het rampjaar 1645 zelf heroprichten. Het poortgebouw, versierd met hun familiewapens, en de aanpalende stallingen zijn 17e-eeuws.
De Manoir van Borlo in de Thewitstraat bestond in 1690 slechts uit een woning, maar werd in 1777 als hoevecomplex herbouwd. Het huidige woonhuis dateert van dat jaar.

abshofboerderij ulens def

 

 

 

 

 

 

 

bol 2 kopiemanoir borlo

 

 

 

 

 

 

omhoog

home