De fanfare van Mielen-Boven-Aalst

                                                                 Jean-Luc Missoul 

fanf

De fanfare in 1927

Deze tekst werd opgenomen in het boek van F. Robijns,

‘Mielen-boven-Aalst 1938’

RELAAS OVER DE STICHTING EN DE WERKING DER MUZIEKMAATSCHAPPIJ “HOGER OP”.

In de streek bestonden al fanfaren van vóór 1900 (Jeuk-Borlo). In Aalst werd er één gesticht in 1912. Tijdens of kort na de oorlog (‘14-‘18) zien wij geen muziekmaatschappijen meer tot stand komen. Vanaf 1925 worden echter nieuwe harmonieën opgericht zoals in Klein-Gelmen, Niel en Gelinden. De fanfare van Mechelen- Bovelingen herleeft.

In Mielen zelf had een zangvereniging bestaan van 1831 tot 1901, die onder de leiding van Karel Haubrechts enkele bloeiende jaren kende.

Het is dan niet verwonderlijk dat de Mielenaren, naar het voorbeeld van de omliggende dorpen beginnen te spreken van een fanfare. De gedachte ontstond vooral op de Daal ; daar bestond een handboogmaatschappij bij Amandus Heeren.

Jaarlijks hadden de leden een gezellig feestje, waar wel eens toneelstukjes opgevoerd werden in de kleine herberg. Op aanvraag werden die stukjes naderhand voor het grote publiek vertoond, dat langs deuren en vensters moest toekijken naar de spelers die zelfs niet over een ‘scène’ (lees: podium) beschikten.

Zo ontstond weldra de behoefte aan een toneelzaal. Op aandringen van vooraanstaande personen van de gemeente besloot de baas van bovengenoemd lokaal een zaal te bouwen. Naar het voorbeeld van Klein-Gelmen werd daarvoor een houten noodwoning uit de verwoeste gewesten van Vlaanderen aangekocht, meer de bepaald de houten noodlokalen van de middelbare school van Nieuwpoort. Met dit hout werd in de lente van 1920 een zaal gebouwd met een lengte van 30m en breedte van 7m. De eigenaar liet zowel de buiten- als binnenkant netjes afwerken.

De voorzitter van de toenmalige handboogmaatschappij, de heer Albert Strauven wist onmiddellijk aanhangers te vinden die ijverden voor het oprichten van een fanfare. Aan Germain Vanmarsenille werd gevraagd het bestuur ervan waar te nemen.

Het was geen kleine taak, er was geen geld, evenmin muzikanten en instrumenten. Om in dien tijd 35 man van speeltuigen te voorzien was een kapitaaltje van 20.000 Fr. nodig. Weldra kwamen er 2 giften van 500Fr. binnen, van de heren Arthur Tachelet en Louis Gysens, die dan ook de 2 erevoorzitters werden. “Omver en er over” was thans de leuze en de verdere omhalingen huis aan huis brachten meer dan 5.000 Fr. op. Daartussen waren verscheidene giften van 100 Fr. en meer.

De fanfare was gesticht en stak van wal met de volgende bestuursleden : Vanmarsenille Germain, bestuurder; Strauven Albert, voorzitter; Dubois Jos, ondervoorzitter; Tachelet Paul, schatbewaarder; Bormans Jos, schrijver; Heeren F., Dams E., Gijsens C, Dams A., en Aerts. J, leden.

Onmiddellijk werd aangevangen met lessen in notenleer. Bij het huis Mahillon te Brussel werden 35 instrumenten besteld voor ongeveer 18.000 Fr, te betalen in 4 stortingen van 4.450 Fr.

In augustus 1926 werd al een eerste toneel- en zangavond gehouden, ter gelegenheid van de overhandiging van de vlag van de vroegere zangmaatschappij. De opkomst was buitengewoon en er werd 2000 Fr. aan inkomgeld ontvangen.

Na de eerste aanbetaling van 4.450 bleef er nog wat geld over van de omhaling. Met dit overschot, de opbrengst van de toneelavond en met de verdiensten van de toneelavond van Kerstmis 1926 kon de tweede storting van 4.450 Fr. gedaan worden.

Voor de derde storting was de kas echter geheel leeg. Een noodkreet werd gericht aan de ereleden en op voorstel van de ijverige erevoorzitter Arthur Tachelet werd de som van 4.450 Frank gedeeld door het aantal ereleden. Zo betaalde iedereen nog omtrent 150 Fr. en de derde storting kon gedaan worden.

Voor de vierde storting betaalden de werkende leden 2 Fr. per maand.

Toen de eerste stukjes konden gespeeld worden, trok de fanfare door het dorp, de bestuursleden wisten nog 1.750 Fr. te bemachtigen. Verschillende personen vervolledigden hun gift tot 100 Fr. en werden zo erelid.

Twee giften kwamen binnen van de heren Missoul, vader en zoon. Aldus kon de resterende schuld vereffend worden.

In november 1927 bezat de fanfare 35 instrumenten van uitstekende kwaliteit, decors voor toneelopvoeringen en geld in kas.

Helaas stierf reeds in maart 1929 de eerste voorzitter Albert Strauven, dit betekende een groot verlies voor de maatschappij. Gelukkig kon J. Dubois, zoals zijn voorganger spoedig ieders genegenheid winnen.

In 1936 werden nog 4 instrumenten werden bijgekocht. Er waren toen 56 ereleden die jaarlijks 30 Fr. stortten. Het was verheugend de jaarlijkse vergadering bij te wonen tijdens welke een honderdtal leden zich verenigden rond een eenvoudig doch gezellig avondmaal.

Toen de oude vlag, eertijds overgenomen van de voormalige zangmaatschappij, versleten was, trokken de leden van de fanfare weer naar de bevolking en op enkele uren tijd werd 3000 Fr. bijeen gehaald.

Wie doet het de Mielenaren na ? De E.H. pastoor Ory van Gelinden maakte het plan van de vlag op die 3.250 Fr. moest kosten.

Op zondag 5 juni 1937 werd de nieuwe vlag gewijd door Zeer Eerwaarde Heer Pastoor Robijns, nadien had nog een mooi feestje plaats.

Al liep uiteindelijk nog alles van een leien dak, toch wou ik wel dat alle lezers van dit verslag thans en ook later zouden beseffen hoeveel werk en kommer aan die fanfare besteed werden. Dat de Mielenaren steeds hun fanfare in ere houden, dat is dan ook mijn vurigste wens.

 Germain Vanmarsenille, 4 mei 1938

 

omhoog

fanfare