Niel

De watermolens in Niel-bij-Sint-Truiden

Jorg Strijbos

Tot een jaar of negen geleden stond er in de Naamsestraat in Niel een watermolen. Tenminste, restanten van het gebouw stonden er nog. Wie vandaag gaat kijken ter hoogte van nummer 4 zal zien dat er een nieuwbouw staat, en dat het naastliggend stuk grond gebruikt wordt als tuin. Het oude molengebouw werd in 2000 afgebroken.

De watermolen op de Molenbeek zou gedateerd hebben uit de tweede helft van de 18de eeuw1. De oudste geschreven bron spreekt van het jaar 1795, een jaar waarin de molen al enige tijd in bedrijf was2. De Atlas der Buurtwegen uit 1845 leert ons dat de toenmalige watermolen eigendom was van ‘Joseph Vidal, meunier’ (molenaar).  Hij bezat niet alleen de watermolen, een huis met tuin ernaast en een ’place’ tussen de twee in, ook de percelen grond die aan de beek en de omleiding van de beek grensden waren van hem (groen gemarkeerd op kaartje). Op deze manier kon hij de loop van de beek tussen de ‘Schaliewooningstraet of ook Neremscheweg’ (de huidige Fonteinstraat) en de ‘Broekstraet of Montenakenstraet’ (nu Naamsestraat) controleren. In die tijd bestond er bovendien nog een weg tussen Niel en de ‘ferme de schalierwooning’ (de huidige ‘Poorte van Egmont’) die de prachtige naam ‘Kruyswegsteeg’ droeg (chemin nr. 25). Als kers op de taart was deze weg via een pad verbonden met het pleintje tussen de molen en het woonhuis van de molenaar: het ‘Molenvoetpad’.

planneke

Detail uit de ‘Atlas der Buurtwegen’, 1845. Chemin nr. 8 is de huidige Fonteinstraat, nr. 4 is de Naamsestraat. Chemin nr 9. is de Mottestraat. In groen de eigendommen van Joseph Vidal.

Een blik in de bevolkingsregisters leert ons dat Joseph Vidal, geboren in 1788 en afkomstig uit Luik, in de jaren 1820-1821 naar Niel verhuisde. Op dat moment was hij getrouwd met Marie Ida Wouters, en hadden ze al een eerste zoon. Hier in Niel zouden ze nog twee zonen en drie dochters krijgen, waarvan de meeste als landbouwer werkten. Hun oudste dochter Victoire werd in 1821 geboren en zij zou later trouwen met Jean Daniels, die later de molen zou verderzetten. 

De familie Daniels – Vidal kreeg op haar beurt twee dochters, waarvan de jongste, Anne Marie Justine Daniels, in 1891 trouwt met Armand Joseph Vriamont. Armand was op het moment van aankomst ‘marechal ferrant’, maar we mogen aannemen dat hij later ook de molen runde. In de periode 1892 – 1893 stelde hij zelfs een ouvrier marechal ferrant te werk, Jean Pierre Vandevorst, afkomstig uit Montenaken. Anne Marie en Armand kregen 6 kinderen in de jaren 1892 tot 1904. (zie ook afstamming in bijlage)

In de jaren 20 van de vorige eeuw vertrekt de familie: in 1923 en 1924 vertrekken de kinderen uit Niel, Armand sterft in 1941, zijn vrouw een jaar later, en de jongste zoon, Edgard Louis Joseph Vriamont vertrekt met zijn Franse vrouw in 1933 om in Luik te gaan wonen.

 

Overzichtsplan uit 1847 met daarop het verloop van de Molenbeek en de omleiding ervan, de regelkleppen voor watertoevoer en het molengebouw zelf met het bovenslagrad. Gekruiste vierkantjes over de beek zijn brugjes. (archief gemeente Gingelom)

Enkele jaren na de publicatie van de Atlas der Buurtwegen, wordt er door Joseph Vidal een plan ingediend bij de dienst ‘Ponts en Chaussées’ met daarop schetsen van het verloop en het verval van zowel de beek als de leigracht. Op dit document vinden we ook een tekening van het molengebouw, echter niet in de vorm zoals we de molen kennen tot het jaar 2000. Op de schets is een bovenslagrad te zien aan een kopse gevel – tot zover klopt het plaatje nog – maar de wateraanvoer bevindt zich langs de verkeerde zijde. Bovendien is een deel van het gebouw haaks gebouwd op de rest van het molengebouw (in een L-vorm dus). Dit L-vormig grondplan is deels terug te vinden op het plan van de molen in de Atlas der Buurtwegen, maar zeker niet in de grootteorde van onze tekening (deze laat een deel aan de rechterzijde van het gebouw zelfs weg). We kunnen ons hier de vraag stellen of er een onjuist gebruik van perspectief is gemaakt, ofwel dat de nadruk lag op het verloop van de beek, en dat de vorm van het gebouw van minder belang was voor dit document.

pan

Tekening met het verval en de positionering van de kleppen in de beek. Over een afstand van 220 meter was er een verval van bijna 10 meter (archief gemeente Gingelom)

Wij kennen het molengebouw nog zoals het beschreven werd in de jaren ’70 in ‘bouwen door de eeuwen heen’: het woon- en molenhuis waren aan de erfzijde anderhalve bouwlaag hoog, verdeeld in acht traveeën onder een zadeldak. De baksteenbouw was verrijkt met kalksteen voor deur- en vensteromlijstingen en hoekbanden; de zijgevels met schouderstukken en vlechtingen. In de eerste vijf traveeën bevond zich de boerenwoning van het dubbelhuistype. Smalle, oorspronkelijk beluikte steekboogvensters met middenkalf in een vlakke omlijsting met uitstekende trapezoïdale sluitstenen. Verhoogde, met zadeldak afgedekte middentraveeën: getoogde deur met gestrekte tussendorpel, waarboven een getoogd venstertje en cartouche met foutief gerestaureerd jaartal 1635. Rechthoekige muuropeningen in vlakke omlijsting op de zolderverdieping.

 

plan3

Zicht van de beek naar de Naamsestraat op het molengebouw anno 2000. Aan de kopse gevel links onder is het  asgat van het rad nog zichtbaar. Merk ook in de zesde travee het laadvenstertje op.

Het molenhuis was gevestigd in de laatste drie traveeën: dit had een brede steekboogdeur, een smal, gedeeltelijk dichtgemetseld steekboogvenster met middenkalf en een rechthoekig laadvenstertje. De zijgevel aan de straatzijde telde twee traveeën met kleine getoogde vensters en rechthoekige zolderopeningen. Ingebouwde achtergevel met vier getoogde venstertjes.

Parallel met het woon- en molenhuis, aan de overzijde van de gekasseide binnenkoer stonden vervallen stallingen in stijl- en regelwerk. (zie ook op plan ‘Atlas der Buurtwegen’). 

fot

Zicht op de zijgevel aan de straat

In 1942 zou het waterrad in de zuidoostelijke puntgevel verwijderd zijn. De omleiding van de Molenbeek werd hierbij ook gedempt.

In 2000 was de situatie van de molen zodanig hopeloos dat helaas tot afbraak werd overgegaan.

Maar zoals de titel van dit artikel reeds beloofde, bestond er een tweede watermolen op dezelfde Molenbeek. Op een kaart van de 3Abdij van Park uit 1651, getekend door landmeter Joris Subil, vinden we deze terug. Bij de bocht in de Molenbeek ter hoogte van het wachtbekken nu, zien we dat er twee gebouwen stonden op die plaats, en dat deze gelegen waren aan ‘den molen hoff’. Buiten deze naam en de locatie aan de beek vinden we spijtig genoeg geen verdere details naar de molen waarover het hier gaat.

detail

Detail uit het ‘Kaartboek van de abdij van Park’, 1651

Nog geen 50 jaar later wordt er ook voor de Abdij van Sint Truiden een 4kaart getekend, waarop Niel (Nielle) zeer summier maar zeker herkenbaar wordt weergegeven. De kerk met zijn pleintje, de Oude Katsei met op de vijfsprong de Witte kapel, en de ‘Nielle molen’ zijn fraai getekend.

detail1

Detail uit het ‘Kaartboek van de abdij van Sint Truiden’, Rijksarchief Hasselt

Ook Kempeneers maakt in zijn werk (1861) gewag van twee watermolens. Hij citeert in zijn boek een document ‘Des Heeren van Nijel cleernisse, certificatien ende privilegien’ opgetekend in juni 1569 en later herschreven in 1661 en in 1795. Hierin staan verwijzingen naar het ‘hauwen’ van straeten, d.i. het aanhouden van de voorgeschreven breedte van deze straat, in functie van haar belangrijkheid. In dit document is er sprake van een ‘overste molen’ met een ‘voetpatt langs die beke’ (zie ook hoger), en van een ‘nederste molen’ met een voetpad ‘te borne toe’ (naar de bron toe). In ieder geval waren er in 1795 dus twee molens in dienst in Niel, en waarschijnlijk was dit al veel eerder zo.  Op de kaart van de Abdij van Park vinden we immers ook al ‘die leygracht’ terug, hetgeen ons voorzichtig doet suggereren dat er ook toen al een watermolen ter hoogte van de Naamsestraat stond.

Bronnen:

1Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen, 155 – 156

2KEMPENEERS, De oude vrijheid Montenaken of historisch en werkleijk afbeeldsel eener vrije gemeente in Haspengouw, vooral sedert de XVIde eeuwtot het einde der XVIIIde, zoo in 't geestelijk als in 't wereldlijcke opzigt, Leuven, 1861, 2 dln. (deel 1, p. 415-439).

3Kaartboek van de abdij van Park 1665, 124 – 125

4Kaartboek van de abdij van Sint Truiden van voor 1690, fol.47, RA Hasselt

Archiefdocument ‘Ponts en Chaussées, commune de Niel, 1847’

Bevolkingsregisters archief gemeente Gingelom

Website Belgisch Molenbestand door Lieven Denewet en Hans de Kroon: www.molenechos.org

 

omhoog

home