De waterlopen van GINGELOM


                                                                                     Emiel Delvaux


Het is ietwat bedroevend dat veel Gingelomenaren weinig kennis hebben van de waterlopen of beken van ons dorp, laat staan van de oorsprong en het verder verloop ervan. Daarom dacht ik dat het interessant  zou zijn om er ietwat meer over te vertellen.
        logo Gingelom wordt “Het Drie Swaenenland” genoemd naar de drie waterlopen die hun oorsprong hebben in Gingelom nl: de Molenbeek, de Cicindriabeek en de Melsterbeek. Waarvan die naam “Het Drie Swaenenland”? Een stroom is altijd in verband gebracht met een zwaan, of eerder met de hals van een zwaan, waarschijnlijk omwille van de sierlijke meanders van een waterloop die doen denken aan de vormen van de hals van een zwaan. In ons eerste ledentijdschrift van de eerste jaargang in 2005 schreef Jan Vandormael een artikel hierover en ikzelf heb daarom de naam “Het Drie Swaenenland” ook verwerkt in het logo van onze Heemkundige Kring
Het is ook ietwat bijzonder dat onze drie beken naar Sint-Truiden lopen en de stad als het ware omarmen. En, alle gekheid op een stokje, vermits in vroeger tijden een stad steeds gesticht werd waar er water was, omdat water de eerste noodzaak is om te leven, had de H Trudo in 655 beter eerst “gegoogeld” en zijn abdij, de oorsprong van de stad St-Truiden, misschien beter in Gingelom gevestigd!!
Opmerkelijk ook is het feit dat Gingelom op de scheiding ligt van het Scheldebekken en het Maasbekken. Inderdaad, in Lens-Saint-Servais, ietwat meer zuidwaarts, ontspringt de Jeker of Geer die over Borgworm en Tongeren te Maastricht in de Maas uitmondt zodat al wat ten Zuiden en ten Oosten van Jeuk is gelegen behoort tot het bekken van de Jeker en alzo tot het Maasbekken.



                      Een algemene overzichtskaart van onze waterlopen.

overzicht beken

De Molenbeek
            Ontspringt te Kortijs in de omgeving van de Driesstraat. Loopt verder door het dorp, loopt rechts van de Kortijsstraat en de Haagstraat richting Niel langs Montenaken  waar men de Neremmolen heeft.

neremsmolen

Zowel de hoeve als de watermolen behoorden reeds voor 1555 tot de bezittingen van de Kruisheren van Colen (Kerniel bij Borgloon). Voorheen was het goed waarschijnlijk eigendom van Maria Colen, stichteres van de orde. De orde van de Kruisheren van Colen verkocht de molen in 1624 aan de Commanderij van de Duitse Orde te Ordingen: "super molendinum Ordinis Teutonici situm in Nerim sub jurisdictione de Montenaken". Deze bleef in hun bezit tot aan de Franse bezetting. Op de molen was gedurende lange tijd eenzelfde molenaarsfamilie actief. Vanaf 1782 pachtte Jan Beyns, die gehuwd was met de molenaarsdochter, de molen. Tijdens de Franse overheersing kwam de molen in het bezit van de familie Beyns. De familie Beyns bleef in het bezit van de molen, tot de verkoop in 1887 aan Julius Beauduin uit Jeuk. Deze liet in de molen een stoommachine plaatsen. In 1924 kocht molenaar Ferdinand Salmon, vroegere eigenaar van de in 1922 afgebroken stenen Bergmolen van Montenaken, de Neremmolen aan. In de jaren 1960 werd de molen buiten werking gesteld. De huidige hoevegebouwen stammen hoofdzakelijk uit de tweede helft van de 18de eeuw. In 1987 werd het gebouw beschermd als monument. Het waterrad en het binnenwerk zijn nog aanwezig, maar de molen kan niet meer draaien. De huidige eigenaars hebben het water omgeleid, aangezien het vaak leidde tot overstromingen. (Voor verdere uitleg: raadpleeg onze website: www.heemkundegingelom.net  -> Over Gingelom -> Molens -> Montenaken.)
            Na de Neremsmolen loopt de Molenbeek rechts van de gemeentestraat en passeert waar  vroeger het kasteel van Niel was gelegen, dat behoorde aan de familie de Looz-Corswarem en loopt verder langs de 17e eeuwse vierkante hoeve “De poorte van Egmond” richting Naamse straat.
        In Niel was vroeger eveneens een watermolen in de Naamse straat. De watermolen op de Molenbeek zou gedateerd hebben uit de tweede helft van de 18de eeuw1. De oudste geschreven bron spreekt van het jaar 1795, een jaar waarin de molen al enige tijd in bedrijf was. De Atlas der Buurtwegen uit 1845 leert ons dat de toenmalige watermolen eigendom was van ‘Joseph Vidal, meunier’ (molenaar).  Hij bezat niet alleen de watermolen, een huis met tuin ernaast en een ’place’ tussen de twee in, ook de percelen grond die aan de beek en de omleiding van de beek grensden waren van hem  Een blik in de bevolkingsregisters leert ons dat Joseph Vidal, geboren in 1788 en afkomstig uit Luik, in de jaren 1820-1821 naar Niel verhuisde. Op dat moment was hij getrouwd met Marie Ida Wouters, en hadden ze al een eerste zoon. Hier in Niel zouden ze nog twee zonen en drie dochters krijgen, waarvan de meeste als landbouwer werkten. Hun oudste dochter Victoire werd in 1821 geboren en zij zou later trouwen met Jean Daniels, die later de molen verder zou uitbaten. In 1942 zou het waterrad in de zuidoostelijke puntgevel verwijderd zijn. De omleiding van de Molenbeek werd hierbij ook gedempt. De laatste bewoners was de familie Isidoor Schalenborgh-Vriamont. (Raadpleeg eveneens onze website voor verdere uitleg.)Daarna werd het huis verkocht aan vreemden, geraakte in verval en werd afgebroken in 2000.

niel

 

De Molenbeek loopt verder onder de Naamse straat richting Steenweg die ze kruist ongeveer ter hoogte van het huis Lux (vroeger Dokter Lux). Daar vervoegt de Boenebeek (zie later) de Molenbeek die verder evenwijdig aan de Steenweg (N80) loopt richting Kamerijck.
Bij de Kamerijckhoeve behoorde van oudsher een graanmolen op de Molenbeek.

kamerijkhoevekamerijkmolen

 

 

 

 

       

 

 

 

 

  De Kamerijckhoeve was al voor 1274 eigendom van de benedictinessenabdij Nonnen-Mielen in Sint-Truiden. In de Franse tijd kwam de hoeve in handen van de gebroeders Surlet de Chokier. Op het woonhuis van 1777 na zijn alle hoevegebouwen 19e- of 20e-eeuws. Bij de Kamerijckhoeve behoorde van oudsher een graanmolen op de Molenbeek. Het molenaarshuis bestaat nog, maar het molenhuis werd in 1956 afgebroken. Tijdens deze afbraak vond men een jaarsteen van 1653. Een kopie ervan werd boven de hoevepoort ingemetseld. Het verloop van de beek werd daar hertrokken en het waterwiel werd verwijderd van de molen die zich bevond in het bijgebouw, links van de Kamerijckhoeve.
De Molenbeek verlaat dan Gingelom richting Velm. Daar loopt ze links van de Velmerlaan naar Halmaal, verder langs Gorsem en Duras waarna ze te Runkelen uitmondt in de Melsterbeek.
De Boenebeek
           Secundaire  beek van de Molenbeek ontspringt ter hoogte van de Hellebronstraat , achter het rusthuis, loopt verder links van de Montenakenweg en later langs de  Steenweg van Gingelom om uit te monden in de Molenbeek ongeveer tegenover het huis Lux. Werd vroeger Hellebronbeek(volkse benaming), en daarna  Linthoutbeek(officiële benaming tot 1950) genoemd zijn. Later werd ze tot Boenebeek gedoopt.
De Cicindriabeek
           Ontspringt te Jeuk ter hoogte van de Broekstraat. Loopt links van de Houtstraat, kruist de Albert Moyaertsstraat om richting Borlo te nemen waar in de Molenstraat zich de watermolen bevindt.

borlo watermolen

borlo molen2

 

 

 

 

 

 

 

De molen op de Cicindria werd al vermeld in 1065 als Sint-Truidens abdijgoed.Na een hagelramp in 1645 liet abt Hubertus van Zutendaal het nu nog bestaande molenhuis terug opbouwen in 1652; het wapenschild van deze abt is nog terug te vinden in het molenhuis. De molen heeft nog gewerkt als een verfmolen, aanvankelijk om mecraprood te maken en olie. Later werd nog enkel graan gemalen. Sinds de tweede wereldoorlog werd er met elektriciteit gemalen. Het molengebouw werd eind de jaren 1980, begin de jaren 1990 in de oude stijl gerenoveerd, met authentieke materialen. Ook het binnenwerk werd hersteld. Het waterrad en het sluiswerk zijn verdwenen. De aftakking van de Cicindria is drooggelegd. Het gebouw is thans bewoond. In de tuin is nog een natuurlijke waterbron aanwezig.
De Cicindria doorkruist verder Borlo en loopt rechts van de Homsemstraat naar Buvingen en Muizen waar ze verder rechts van de Truilingenstraat over Kerkom naar St-Truiden loopt.
Ook in Muizen was een watermolen. Deze werd uitgebaat door Octaaf Vanmarsenille, bijgenaamd “Het bultje” wegens zijn handicap. Hij was na Alexander Fallas en Joseph Libens  nog burgemeester van Muizen van 1953 tot 1958. Gedurende de oorlog  1940-1944 liet gans de streek er in het geheim, buiten weten van de Duitse bezetter, graan malen. Ikzelf ben er nog als kind, samen met mijn vader, een zakje graan gaan laten malen, ’s avonds op de fiets, uit vrees voor de Duitsers. Deze molen werd afgebroken om plaats te ruimen voor de woonst van de familie Herbots-Porta.

molen muizen

          De beek verlaat Muizen richting Kerkom-dorp. Loopt dan naast de Naamse steenweg naar Bevingen en verder dwars door  Sint-Truiden. Daar loopt ze langs de Naamse steenweg en de Beekstraat en mondt zoals de Molenbeek  eveneens uit in de Melsterbeek te Melveren.
De Voortbeek
           Secundaire beek van de Cicindria. Ontspringt ongeveer ter hoogte van de wasserij St-Joris aan de Kustrijkstraat. Loopt langs Klein-Jeuk richting Wintboomstraat en mondt uit in de Cicindria tussen Jeuk en Borlo.
De Reysbeek of Logebeek
           Eveneens secundair aan de Cicindria ontspringt ze te Buvingen ongeveer ter hoogte van het voetbalplein en het huis Pieraerts rechts van de Truilingenstraat. Loopt  dan langs de Truilingenstraat te Muizen dwars door de vijvers om er in de Cicindria uit te monden tussen de Truilingenstraat en de Kruisstraat.
De Melsterbeek
Ontspringt in Heiselt, gehucht van Jeuk, rechts van de Heiseltstraat en de Jean Louis Vrankenstraat. Loopt verder dwars door Boekhout en Mielen rechts van de Borgwormse steenweg naar Aalst. Kruist de Luikersteenweg en de Vliegveldlaan te Brustem alsook de Tongerse steenweg. Passeert langs Ordingen en Zepperen, dan de N80, draait dan links langs Diestersteenweg naar Runkelen en verder naar Binderveld, Grazen, langs Geetsbets en mondt uit in de Gete tussen Geetbets en Donk. Ondertussen mondde zowel de Cicindria te Melveren als de Molenbeek te Runkelen uit in de Melsterbeek.
De Gete, die zelf ontstond door samenloop van de Grote Gete(oorsprong ten zuiden van Hoegaarden)en de Kleine Gete (oorsprong te Neerheylissem) of Leeuwse Gete te Budingen, loopt verder en mondt uit in de Demer te Halen. De Gete was bevaarbaar tot Tienen tot in 1525.

De Demer is een rivier in de Belgische provincies Limburg en Vlaams-Brabant. Ze maakt deel uit van het stroomgebied van de Schelde. Men beschouwt de waterloop als een regenrivier met hoog debiet tijdens periodes met veel neerslag en een laag debiet in tijden van droogte. Ze vervolgt haar weg langs Diest, Zichem, Testelt, Aarschot om te Werchter in de Dijle uit te monden.

De Dijle loopt langs Mechelen en vormt samen met de Grote Nete de Rupel te Rumst.

De Rupel vloeit langs Boom en Niel en mondt uit in de Schelde te Rupelmonde. 

 De Schelde stroomt verder noordwaarts naar Antwerpen en mondt uit in de Noordzee.

De Zevenbronnenbeek
Mijn artikel over de waterlopen van Gingelom zou niet volledig zijn als ik geen woordje uitleg zou geven over de Zevenbronnenbeek. Zij heeft niets te maken met "Het Drie Swaenenland" omdat ze volledig onafhankelijk van de 3 andere beken en dan nog zeer kortstondig op Gigelomse bodem vloeit Zij ontspringt dicht bij de grens tussen Montenaken en Walshoutem; ze vormt verder de grens tussen beide dorpen en is  tevens ook de provinciegrens tussen Limburg en Vlaams Brabant. Ze verlaat al heel snel het grondgebied van Gingelom richting Wezeren en verder naar Walsbets. Wordt de Dormaalbeek en loopt verder langs Landen en tussen Rumsdorp en Attenhoven naar Neerlanden en Halle Booienhoven waarna ze in Zoutleeuw zich in de Kleine Gete stort. Deze versmelt zich met de Grote Gete te Budingen.  Voor verder verloop zie hoger: de Gete mondt uit in de Demer te Halen; deze mondt uit in de Dijle te Werchter; die vormt samen met de Grote Gete de Rupel te Rumst; de Rupel stort zich te Rupelmonde in de Schelde die uitmondt in de Noordzee te Antwerpen.

Kaarten met de oorsprong van de waterlopen.

oorsprong van molenbeekoorsprong van boenebeek

oorsprong cicindriaoorsprong voortbeek

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

verloop logebeek

oorsprong melsterbeek

verloop zevznbronnen

 

Bronnen:” Montenaken: hydrografisch…” van  G.Gielen
                  De website: http://geoloket.vmm.be/zonering/map.phtml

omhoog

begin